Het Koninkrijk van Spanje is een
land in het zuidwesten van Europa met 44.708.964 inwoners. Spanje is
een constitutionele monarchie en beslaat een oppervlakte van 506.013
vierkante kilometer, bijna 13 keer zoveel als Nederland. Het land
beslaat grofweg 80% van het Iberisch schiereiland. Buiten dat horen
ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische
Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in
Noord-Afrika bij het land.
In het noordoosten grenst Spanje aan Frankrijk en Andorra, over de
gehele lengte van de Pyreneeën, in het westen aan Portugal en in het
zuiden aan de Britse kolonie Gibraltar. De hoofdstad van Spanje is
Madrid, een stad met meer dan 3 miljoen inwoners gelegen in het
midden van het land.
Spanje is een divers land met zeer uiteenlopende culturen, talen,
eetgewoonten en klimaten. Het land varieert van de regenachtige
vissersdorpen in Galicië tot het nachtleven van Madrid, de
toeristische kusten aan de Middellandse Zee, het flamencodansen en
stierenvechten van Andalusië en het moderne Barcelona in Catalonië.
Spanje werd lid van de NAVO in 1981 en is lid van de Europese Unie
sinds 1986. De euro werd de Spaanse munteenheid op 1 januari 1999 en
verving daarmee de peseta; per 1 januari 2002 werden de euromunten
en -bankbiljetten ingevoerd.
Het landschap van Spanje bestaat
voornamelijk uit plateaus, zoals de Spaanse Hoogvlakte, en
bergketens zoals de Pyreneeën en de Sierra Nevada. De belangrijkste
rivieren van het land zijn de Tajo, de Ebro, de Duero, de Guadiana
en de Guadalquivir. Spanje grenst in het oosten en zuiden aan de
Middellandse Zee, in het noorden aan de Cantabrische Zee en in het
westen aan de Atlantische Oceaan.
Geschiedenis van Spanje
De naam Spanje (Spaans: España) is
afgeleid van de Latijnse naam “Hispania”, dat werd gebruikt voor het
hele Iberisch Schiereiland. Taalkundig gezien stamt deze naam echter
niet af van het Latijn, en ook met andere Indo-europese talen is
geen duidelijk verband aan te wijzen. Er bestaan dan ook
verschillende theorieën over de herkomst van het woord “Hispania”.
Eén van die theorieën is dat de naam uit het Grieks komt. De Grieken
zouden de naam “Hesperia” aan het huidige Italië en Spanje hebben
gegeven, omdat beide landen zich ten westen van een bepaalde ster
(genaamd “esperos”) bevonden. Het woord Hesperia zou later zijn
kunnen verbasterd tot Hispania. Volgens de meest geaccepteerde
theorie stamt de naam echter af van de Feniciërs, een volk dat ooit
het huidige Spanje bewoonde. Volgens deze theorie is dit te wijten
aan het grote aantal konijnen dat zij op het Iberisch Schiereiland
aantroffen. De Fenicische taal was nauw verwant aan het Hebreeuws,
en zij spraken over Spanje als “I-sphanim” dat letterlijk
‘klipdassen’ betekent. De klipdas was een veelvoorkomend dier in hun
land van herkomst, maar toen zij in Spanje het konijn ontdekten, een
voor hen onbekend dier, gaven ze het dezelfde naam. Daarom verwezen
zij later naar Spanje als “I-sphanim”, en van dat woord zou het
Latijnse “Hispania” zijn afgeleid.
Taal in Spanje
Om de taal die in het Nederlands
Spaans heet te benoemen, kan men twee woorden gebruiken: “español”
(spaans) of “castellano” (Castiliaans, uit Kastilië). Beide termen
worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in
Andalusië zegt men vooral “español”, in Catalonië vrijwel nooit),
maar betekenen hetzelfde. Het meest pure Spaans wordt volgens vele
Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid.
De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen
regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het
vaak heeft over dialecten. Het gaat echter om in totaal vijf
officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees)
en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is
de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn
officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante
taal zijn.
Artikel III van de Spaanse Grondwet uit 1978 luidt als volgt:
El castellano es la lengua española oficial del Estado. (…) Las
demás lenguas españolas serán también oficiales en las respectivas
Comunidades Autónomas…
Castiliaans is de officiële taal van de Spaanse Staat. (…) De andere
Spaanse talen zijn ook officieel in de respectievelijke Autonome
Gemeenschappen…
De talen van Spanje: Castiliaans (Spaans), Catalaans, Baskisch,
Asturisch, Galicisch, Aragonees, Aranees, (dialect van het
Occitaans)
De vier officiële regionale talen van Spanje zijn:
Catalaans (ES:Catalán CA:Català): wordt gesproken door iets meer dan
18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in
Catalonië, de Balearen en de Comunidad Valenciana. Strikt taalkundig
gezien is het Catalaans wat in Valencia wordt gesproken geen
Catalaans maar Valenciaans (SP: Valenciano CA: Valencià).
Tegenwoordig zijn er in de praktijk echter vrijwel geen verschillen
meer te onderscheiden, en wordt de taal als Catalaans erkend.
Baskisch (ES:Vasco BA:Euskara): wordt gesproken door iets meer dan 1
miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse
bevolking . De Baskische taal vertoont geen enkele overeenkomst met
welke andere taal dan ook. Galicisch (ES:Gallego GA:Galego): wordt
gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale
Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal
lijkt meer op Portugees dan Spaans. Aranees: wordt gesproken door
slechts 4000 mensen in de Vallei van Aran in Catalonië. Taalkundig
gezien is Aranees een dialect van het Franse Occitaans. Het Spaans,
Catalaans, Galicisch en Aranees zijn allemaal Romaanse talen, en
stammen af van het Latijn, binnen elk van deze talen bestaan echter
ook verschillende dialecten. Het Baskisch is een geval apart, er
zijn namelijk geen overeenkomsten aan te wijzen met welke andere
taal dan ook ter wereld. De twee niet-officiële regionale talen
zijn:
Asturisch (ES:Asturiano AS:Asturianu) wordt gesproken door ongeveer
100.000 mensen en wordt in Asturië wettelijk beschermd. Het is geen
dialect van het Spaans, maar een aparte taal, en wordt in
verschillende gebieden gesproken: Asturië, León, Zamora, Salamanca
(daar heet de taal “llionés), Extremadura (daar heet de taal
“extremeñu”) en Cantabrië (daar heet de taal “montañés”).
Aragonees (ES:Aragonés AR:Aragonès): wordt gesproken door slechts
10.000 mensen in de provincie Huesca in Aragón.
De vier officiële regionale talen van Spanje spelen een relatief
belangrijke rol, zowel op regionaal als op nationaal niveau. Ter
vergelijking; in Spanje spreekt 24% van de bevolking één van de vier
officiële regionale talen, dat komt neer op bijna 11 miljoen
inwoners. In Nederland wordt de enige officiële regionale taal, het
Fries door 400.000 inwoners, oftewel slechts 2,4% van de bevolking
gesproken.
Spanje kent buiten de genoemde talen ook nog talloze dialecten en
streektalen. Het beste voorbeeld daarvan is het Spaans dat wordt
gesproken in Andalusië door ongeveer 7 miljoen mensen, met grote
verschillen in vocabulaire en uitspraak. Het zogenaamde “Andaluz” is
voor vele andere Spanjaarden moeilijk te verstaan.
Spanje is bestuurlijk gezien een
federatie waarin de macht zeer gedecentraliseerd wordt uitgevoerd,
het is het meest gedecentraliseerde land van de Europese Unie. Het
land bestaat uit 17 autonome regio’s (SP: Comunidades Autónomas),
waarvan elke een verschillend niveau van onafhankelijkheid heeft.
Bijna al deze regio’s zijn weer onderverdeeld in verschillende
provincies.
Het feit dat er grote verschillen zijn op het gebied van politieke
afhankelijkheid is te wijten aan het feit dat dit onderwerp in
eerste instantie met name belangrijk was voor Catalonië, Baskenland
en Galicië. Deze drie regio’s vallen onder het zogenaamde ‘speciale
regime’, o.a. doordat elk van deze een sterke eigen identiteit en
officiële taal heeft en daardoor meer zelfstandigheid eist. Zij
kregen hierdoor in een eerder stadium meer eigen rechten toegewezen
dan de overige regio’s. Deze onafhankelijkheid kan onder meer van
toepassing zijn op het lokale zorgstelsel, belastingsstelsel,
onderwijs en veiligheid. Catalonië heeft bijvoorbeeld haar eigen
lokale regering (Generalitat) en ook haar eigen politieorgaan
(Mossos d’Esquadra).
Spanje bestaat uit 17 autonome
regio’s (zie lijst hieronder) en 2 autonome steden, Ceuta en
Melilla.
Andalusië
Aragón
Asturië
Balearen
Baskenland
Canarische eilanden
Cantabrië
Catalonië
Extremadura
Galicië
Kastilië-La Mancha
Kastilië en León
La Rioja
Madrid
Murcia
Navarra
Valencia
Deze pagina is gebaseerd op het
auteursrechtelijk beschermde
Wikipedia-artikel; het is vrijgegeven onder de
GNU Free Documentation License. U mag dit verspreiden mits u
zich aan de regels van de GFDL houdt.