Letland (Lets: Latvija, Russisch: Латвия, Lijfs: Lețmō) is een republiek in Noordoost-Europa, een van de Baltische landen aan de Oostzee. Het land wordt verder begrensd door Estland in het noorden, Litouwen en Wit-Rusland in het zuiden en Rusland in het oosten.
Het land is geografisch en ook qua oppervlakte en inwonertal het middelste van de Baltische landen, en het verenigt elementen van beide buurlanden in zich: het deelt zijn Baltische taal, het Lets, met Litouwen, waar het verwante Litouws wordt gesproken, en het deelt zijn overwegend lutherse geloof met Estland. De geschiedenis van Letland vertoont grote overeenkomsten met die van Estland, en veel minder met die van Litouwen. Letland herkreeg na een langdurige sovjetbezetting in 1991 de onafhankelijkheid die het land voor het eerst in 1918 had verworven. Een erfenis van de sovjettijd is het grote aantal Russischtalige inwoners.
Letland is sinds 1 mei 2004 een van de lidstaten van de Europese Unie.
Geschiedenis van Letland
Nadat de Letse SSR onderdeel was geworden van de Sovjet-Unie werd het communistisch stelsel ingevoerd. Tot juni 1941 werden 35.000 Letten naar andere delen van de USSR gedeporteerd.
Op 23 juni 1941 werd de Letse SSR bezet door Nazi-Duitsland. Een Letse ondergrondse nationalistische beweging verklaarde Letland onafhankelijk, maar de Duitsers onderdrukten deze beweging. Tijdens de Duitse bezetting (1941-1944) werden er 90.000 Letse joden naar concentratiekampen gedeporteerd. Tussen juli en november 1944 werd Letland weer door de Russen veroverd. Een door de Duitsers opgerichte tegenbeweging van Letse nationalisten werd door de Russen onderdrukt. Desondanks bleven Letse anti-communistische partizanen tot 1949 actief. Tot 1949 werden ruim 40.000 Letten naar Siberië getransporteerd (waarvan 10.000 onder de leeftijd van 16 jaar). Na de dood van Stalin in 1953 trad er een zekere liberalisatie in. Een groep van Letse nationaal-communisten onderleiding van de Letse vicepremier Eduards Berklavs begon met de Lettivicatie van de Letse SSR en drong de invloed van de Russen terug. In juli 1959 werd Berklavs door Moskou afgezet en kwam er een einde aan de Lettivicatie. De partijleiding werd vervangen door Moskou-gezinde communisten. Later keerde Berklavs vanuit zijn ballingsoord naar Letland terug en nam de leiding van een ondergronds groep op zich die naar meer democratie streefden (1974).
Ten tijde van de perestrojka van Gorbatsjov, halverwege de jaren '80, kwamen er meer liberale-communisten aan de macht in Letland, hoewel de partijtop zeer pro-Moskou-gezind bleef. In 1988 werd er door Letse nationalisten de Letse Nationale Onafhankelijkheidsbeweging (LNNK) opgericht die steeds meer aanhang kreeg.
In mei 1990 riep pro-onafhankelijkheidsregering van Ivars Godmanis de onafhankelijk republiek Letland uit. De in 1988 aangetreden partijsecretaris van de Letse Communistische Partij, Boris Pugo, werd in 1991 tot aftreden gedwongen. Op 21 augustus 1991 trad Letland uit de USSR en op 6 september 1991 werd deze onafhankelijkheid door het Kremlin erkend.
Bevolking in Letland
Naast de Letse meerderheid van de bevolking (59 %) is er een aanzienlijke Russische minderheid (28,6 %) en kleine groepen, zoals Wit-Russen (3,8 %), Oekraïners (2,5 %), Polen (2,4 %) en Litouwers (1,4 %). Het aandeel van de niet-Letten is terug te voeren op een actieve politiek van russificatie tijdens de Sovjet-bezetting.
Na de onafhankelijkheid kregen alleen díe inwoners van Letland die in 1940 al in Letland woonden en hun directe afstammelingen de Letse nationaliteit. De mensen die tijdens de Sovjet-bezetting in Letland kwamen wonen (in het kader van de russificatie) en hun nakomelingen konden alleen via naturalisatie na een inburgeringsexamen in de Letse taal het staatsburgerschap verkrijgen. Minder dan een kwart van de Russischtalige bevolking heeft het staatsburgerschap gekregen, de anderen hebben slechts een permanente verblijfsvergunning en kunnen niet deelnemen aan de verkiezingen.
Letland kent een parlementaire democratie met als staatshoofd President Vaira Vīķe-Freiberga sinds 1999; Zij werd voor een tweede termijn herkozen op 20 juni 2003. De Letse regering wordt gevormd door een coalitie van TP, JL, LPP, LZS en LZP. De regeringsleider is sinds december 2004 Aigars Kalvītis (TP) als minister-president van Letland. De president wordt elke vier jaar gekozen door het parlement. Het parlement in Letland wordt Saeima genoemd en bestaat uit één kamer met 100 leden. De 100 te verdelen zetels van het parlement worden om de vier jaar verkozen via directe verkiezingen op de eerste zaterdag van oktober, waarna het parlement de president kiest. Deze kiest vervolgens de premier. De uitvoerende macht berust bij de premier en de raad van ministers. De Saeima wordt gekozen voor termijn van vier jaar. Er is een kiesdrempel van 5%.
Deze pagina is gebaseerd op het
auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel;
het is vrijgegeven onder de GNU
Free Documentation License. U mag dit verspreiden mits u zich
aan de regels van de GFDL houdt.