Ierland (ier.:Éire, eng.: Ireland) is een Europees land dat ongeveer 5/6 van het eiland Ierland beslaat.
Om het land van dat eiland te onderscheiden wordt het vaak aangeduid als de Republiek Ierland (Poblacht na hÉireann in het Iers en Republic of Ireland in het Engels). Deze aanduiding heeft sinds 1949 de status van officiële beschrijving van het land. De officiële naam is, sinds 1937, kortweg Ierland.
Geschiedenis van Ierland
Na de onderdrukking van de Paasopstand (april 1916) begonnen Ierse vrijwilligers gegroepeerd in de IRA (Irish Republican Army) een guerrillastrijd tegen de Britten. Pas na het hoogtepunt van de gewelddadigheden met de The Burning of Cork in de nacht van 11 december op 12 december 1920, waarin de Engelse bezettingsmacht, nadat een compagnie van de Auxiliaries (divisie van Engelse ex-legerofficieren) in een hinderlaag van de Ierse vrijheidsstrijders was gevallen, grote delen van de stad Cork platbrandden en de Black and Tans (Engelse hulptroepen) inwoners zonder vorm van proces doodschoten, werd de bezetting van van Ierland door Engeland onhoudbaar. Na jaren oorlog volgde er een wapenstilstand tussen de IRA en de Britse leger, met onderhandelingen als gevolg. Zuid-Ierland verkreeg praktisch onafhankelijkheid als Ierse Vrijstaat middels het Anglo-Iers verdrag op 6 december 1921 . Noord-Ierland, met veel protestantse migranten oorspronkelijk uit Schotland die loyaal bleven aan Groot-Brittannië, bleef Brits. Dit was niet enkel zo omdat hier meer protestanten woonden. Hier lagen en liggen nog steeds de belangrijkste havens van het eiland, Noord-Ierland was ook economisch het sterkste deel van het land. De Engelsen behielden dus het grootste deel van de 'rijkdommen' van het eiland.
De extremistische vleugel van de IRA o.l.v. Eamon de Valera weigerde echter akkoord te gaan met de 'deling' van Ierland in een Vrijstaat en een Brits Ulster. Het gevolg was een burgeroorlog van voor- en tegenstanders van de Vrijstaat. Uiteindelijk schikte Eamon de Valera in en legde zich neer bij de deling. Besprekingen tussen de Vrijstaat en Noord-Ierland over een herziening van de landgrens liepen op niets uit (1925).
De Valera's Fianna Fáil partij trad in 1927 toe tot de regering van premier William Cosgrave. In 1932 werd de Valera zelf premier en in 1937 verklaarde hij Ierland onafhankelijk, maar riep niet de republiek uit. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Ierland neutraal, maar achter de schermen werden de geallieerden geholpen. 70.000 man schreven zich vrijwillig in om in Europa met de Britse leger te vechten. In 1948 werd de Valera tijdens verkiezingen verslagen en in 1949 werd de Republiek Ierland uitgeroepen. In 1951 werd de Valera opnieuw minister-president en in 1959 president der republiek. In 1972 werd de bijzondere rol van de Rooms-Katholieke Kerk per referendum afgeschaft. Op 30 mei 1973 werd de protestant Erskine Childers president, gevolgd door Cearbhall Ó Dálaigh (1974-1976) en Patrick Hillary (1976-1990).
Met steun van de sociaaldemocraten werd mevr. Mary Robinson - een onafhankelijke kandidaat - in 1990 tot president gekozen. In 1997 werd mevr. Mary McAleese president, en in 2004 werd haar ambtstermijn met 7 jaar verlengd. Er hadden zich voor de verkiezingen geen tegenkandidaten gemeld.
Ierland is sinds 1973 lid van de Europese Unie, maar is geen lid van de NAVO.
Economie in Ierland
Lange tijd was Ierland het armste land van West-Europa, waarvan de emigratie waar Ierland om bekend stond een symbool was; maar in de jaren '90 van de twintigste eeuw maakte Ierland een periode van hoge economische groei door (in de periode 1995-2000 werd een gemiddelde jaarlijkse economische groei van 9,9% gerealiseerd), waardoor Ierland anno 2006 het op één na rijkste land van de EU is (na Luxemburg) en het op drie na rijkste land ter wereld (na Luxemburg, Noorwegen en de Verenigde Staten). Ierland stond in de jaren '90 bekend als de Keltische Tijger, een term die verwijst naar de Aziatische Tijgers, die eerder een soortgelijke spectaculaire groei meemaakten.
De Ierse economie is in de jaren '90 veranderd van een economie die georiënteerd was op landbouw in een dynamische exporteconomie die georiënteerd is op de export van hightech producten en diensten. Vooral computers zijn een belangrijk exportproduct en veel Amerikaanse bedrijven, waaronder Dell en Intel, hebben hun Europese vestigingen in Ierland gevestigd. Deze bedrijven stonden aan de basis van de hoge economische groei die in de jaren '90 begon. Ook in 2005 groeide de economie hard, met een groei van 5%. Diensten vormen 49% van het bruto binnenlands product, de industrie 46% en de landbouw 5%.
Het geheim van de economische opleving zijn naast de lage belastingen voor buitenlandse ondernemingen (zo is er bijvoorbeeld geen belasting op royalty’s), de zogenaamde "pay-pacts", en de toegankelijkheid van het Ierse onderwijs. Overeenkomsten tussen overheid, vakbonden en het bedrijfsleven over de arbeidsomstandigheden, waaronder gereglementeerde loonontwikkeling voor drie jaar. Dit doet sterk denken aan het Nederlandse poldermodel van de kabinetten Kok en is een voortzetting van het corporatistisch gedachtegoed dat rond de Tweede Wereldoorlog opgang deed. Ook de afschaffing van collegegeld in begin jaren '80 zorgte dat Ierland relatief veel hoog opgeleide werknemers had. De arme positie van Ierland in de jaren 80 zorgde er ook voor dat het gemiddelde loon vergeleken met andere Europese landen zeer laag was. Ierland was dus aantrekkelijk voor Amerikaanse bedrijven omdat het een Engelstalig land binnen de Europese economische ruimte was, die hoog opgeleide en goedkope arbeidskrachten kende, met ook nog de nodige belastingsvoordelen.
Ondanks al deze welvaart leeft 10% van de bevolking onder de armoedegrens ([1]), en is de armoede onder kinderen de op zes na hoogste van de westerse wereld.([2]). Kortom: De welvaart is niet gelijk verdeeld.
Historisch was Ierland verdeeld in 4 provincies (Ulster, Munster, Leinster, Connacht). Noord-Ierland is thans een deel van de provincie Ulster. Deze provincies hebben geen betekenis voor het bestuur. De historische graafschappen (counties) hebben nog wel een betekenis. Het oorspronkelijke graafschap Dublin is tegenwoordig onderverdeeld in vier aparte graafschappen.
Ierland is traditioneel verdeeld in vier provincies die samen 32 graafschappen (counties) omvatten. De provincies hebben geen bestuurlijke rol. De 26 graafschappen die in de republiek liggen hebben een eigen bestuur. Daarbij zijn Dublin en Tipperary onderverdeeld in drie respectievelijk twee bestuurlijke counties.
De steden Dublin, Cork, Limerick, Galway en Waterford hebben een eigen bestuur, los van het bestuur van het graafschap waarin de steden liggen. Andere plaatsen hebben slechts op een aantal onderwerpen een eigen bestuur.
Lijst met steden en eilanden
Steden
Hoofdstad: Dublin (Iers: Baile Átha Cliath uitgesproken: baai ah-ha kliea)
Enkele grote steden zijn:
Deze pagina is gebaseerd op het
auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel;
het is vrijgegeven onder de GNU
Free Documentation License. U mag dit verspreiden mits u zich
aan de regels van de GFDL houdt.